'

Een zwaluwnest in een groote kerk

(Van onzen eigen verslaggever)
ALKMAAR - Dwars door het kloppen en tikken heen van de restauratiebedrijvigheid in de Alkmaarse Sint Laurens klinkt de klare, vaste klank van een klein orgel. Een goed snijdend geluid, zoals Cor Kee, de organist, het met een kernachtige vakterm uitdrukt.

Wanneer u hem zoekt als de vermoedelijke veroorzaker van dit geluid, dan vindt u hem niet zo heel gemakkelijk. Doch tegen de effen rijzige zijmuur, waar kooromgang en transept elkaar treffen, hangt een zwaluwnest, dat is een andere vakterm en deze betekent in dit geval niets anders dan een juweel van een laat-Gothisch koororgeltje, dat als een zwaluwnest tegen de muur aan is gehangen: een klein pijpenfront met pijpen, die kennelijk reeds op eeuwen kerkgang hebben neergeblikt, twee sierlijk gebogen luiken, die wijd open staan, een minuscuul oksaaltje in mahonie-achtige kleur en met reliëfs, wapens In blauw en rood en goud. Dit orgeltje is de enige stem, die de Groote Sint Laurens op het ogenblik heeft. Het schip van de kerk gaat schuil achter een reusachtige schutting, die reikt van de vloer tot aan het gewelf. Achter deze schutting is een warnet van steigers en aan het einde van de kerk staat het grote orgel ook netjes ingepakt in een houten kist, die van de vloer tot de zoldering reikt. Aan de andere zijde van het transept is het koor al evenzeer verdwenen achter een muur van hout. Slechts het transept, waar de restauratiewerkzaamheden reeds voltooid zijn, is bruikbaar voor de kerkdienst en thans is er dan ook weer een bespeelbaar orgel, het kleine koororgel, dat eens het korale gezang in het hoogkoor van deze koele en weidse Noord-Hollandsche kathedraal heeft ondersteund, toonbeeld van Hollandse orgelbouwkunst, afgeleverd in het jaar 1511 door de vaardige hand van de vermaarde meester Johannus Confluentinus, in meer gemeenzame taal genoemd Hans of ook wel Hanske van Coblents.

Maar om nu Cor Kee gezeten in zijn zwaluwnest te treffen moet u een hoek omslaan en verdwijnen door een deurtje, een smalle stenen wenteltrap omhoog gaan en door een donker vertrek, waar de blaasbalg van het orgel staat, weer door een heel smal deurtje en langs een nauw trapje omlaag duiken. Dan staat u in het zwaluwnest, voor zover er naast het speeltafeltje nog ruimer over is, en Cor Kee verklaart u met de voldaanheid van een vakman na een goed volbracht werk de geheimen van dit orgel. Cor Kee is immers zelf lid van de Ned. Klokken- en Orgelraad onder wier auspiciën de restauratie van dit orgel door Flentrop tot stand kwam.

U ziet daar voor u een heel ouderwetse inrichting: korte toetsen op de beide manualen, van roodachtig glad geschaafd hout, korte pedaalstompjes, registers, die ten dele bestaan uit trekknoppen, ten dele uit naast de speeltafel aangebrachte schuifregisters, zodat er bij dit kleine orgel toch steeds een gedienstige geest om de organist heen kruip-door-sluip-door moet spelen om de registers te bedienen. En de prestant is ook een schuifinrichting, die de organist zelfs schuin boven het hoofd hangt. In oude vergulde karakters staan de historische namen der registers nog op het orgel geschilderd, als daar zijn de Doeff en de Coppeldoeff, die wij tegenwoordig prestant en octaaf noemen, verder de mixturen en de gemshoorn, alsmede de scherp, die tot de roemruchtste registers van de Hollandse orgelbouw behoort.

Oude namen
Het heeft er destijds, toen Confluentinus het afgebouwd had, maar hoogst eenvoudig uitgezien. Het had één klavier en zeven stemmen en het liep van groot F tot tweegestreept a, chromatisch opstijgend, een omvang, die het orgel nu nog heeft. Het had de zes voets Doeff en Holpype, de drie voets Coppeldoeff en Fluite, de halve voets Gemsenhoern, de mixtuyre en de scerp en daarmee was het lied uit. Wat later is er een pedaal met een zes voets trompet bij gebouwd, wanneer weet men niet precies, maar waarschijnlijk was het ter gelegenheid van het feit, dat men het orgel met een tweede manuaal uitbreidde en in ieder geval was het zoveel later, dat de naast het orgel gebouwde kast, waarin de op zeventien pijpen gezette trompet werd ondergebracht — het oksaal moest er naar het oosten met een klein galerijtje voor uitgebouwd worden — de pilasters en de cannelures van de renaissance vertoont. Bij de uitbreiding met een tweede klavier werd het orgel dan verrijkt met een zes voets holpijp, een drie voets roerfluit, alsmede een anderhalve voets en een halve voets octaaf. De trompet werd tevens op het bovenklavier gesteld.

Dit is de voornaamste van de vergrotingen, die het orgel in de loop der tijden heeft ondergaan. Toen het reeds bijna twee eeuwen oud was, begon het sporen van verval te vertonen, als gevolg waarvan Johannes Duyschot door regeerders der stad werd afgevaardigd om de schade te herstellen, van welke opdracht deze waardige man zich kweet, naar het getuigenis van zijn helper in een ietwat plechtige brief aan het stadsbestuur, op de volgende wijze:

„Op heden deezen 28 van Loumaand des Jaars 1704 heb ik op bevel van haar Achtbaar heden, geëxamineerd en opgenomen het kleine Orgel in de Groote Kerk deezer stad Alkmaar, en daarin bevonden defecten in het accoord en bestek met de orgelmaker mr. Johannes Duitschot gementioneerd op volgende manieren en verbeeterd. Eerstelijk de twee blaasbalken vaan haare Lekkasie volkomen hersteld en winddicht gemaakt. Ten tweeden het Register Quintadena in het onderste clavier des orgels tot gebruik bequaam gemaakt. Ten derden alle stof en vervuiling, zoo uit de pypen, als door het geheele werk weggenomen. Ten vierden de koppelingen van het bovenste clavier aan 't onderste, als ook aan 't Pedaal, volgens het bestek geperfectioneerd, en in het laa'ste twee halve toonen cis en gis bijgemaakt. Ten vijfden de intonatie of aanspraak der orgelpijpen overgehoord van Register tot Register, en van pyp tot pyp en dezelve doorgaans wel bevonden.

Om kort te gaan, er staat nog veel meer omtrent de werken van meester Duyschot in de brief, en wie daar meer van wil weten kan de gehele brief afgedrukt vinden in het boekje „Oorspronk en Voortgang der orgelen met de voortreffelijkheit van Alkmaar's groote orgel bij gelegentheit van deszelfs herstellinge opgesteldt door Gerhardus Havingha, organist en klokkenist te Alkmaar," in 1727.

En dit dan, wat het orgel in zijn ouden staat betrof. Twee eeuwen later was het weer zover, dat het hoog nodig gerestaureerd diende te worden. Alleen de nood was nu hoger, het orgel totaal onbruikbaar en eigenlijk reeds ten dode opgeschreven, tot de algehele ondergang, die zich reeds dreigend voor Alkmaars Groote Kerk aankondigde, de redding van dit zeldzame kleinood aan een harer muren werd. Het werd gerestaureerd om bij de kerkdiensten gebruikt te worden, en het werd gerestaureerd als monument, hetgeen wil zeggen zuiver in zijn ouden staat met alle ongemakkelijkheden, maar ook met alle schoonheden van een oud orgel.

Hollands van klank
En zo klinkt het nu onder Cor Kee's vaardige vingers met zijn achtvoets prestant, vier voets octaaf, de mixtuur, de scherp in het prestantenkoor, zijn fluitenkoor van acht- en viervoets holfluiten, gemshoorn, alsmede het tongwerk, namelijk de trompet op het bovenmanuaal, de holpijp B', de fluit 4', het octaaf 2', schrivelet en sexquialter op de brust, en voorts het trompettende pedaal, en men hoort een klank, die opvallend rein en exact is, noordelijk koel van timbre, maar in zijn interne verhoudingen zeer gevoelig, een waarachtig Hollands orgel, dank zij die scherp en die sexquialter, door Michael Praetorius reeds onderkend als typisch Nederlandsch van karakter. De scherp met haar nuchter geluid, de sexquialter die de sext op de kwint laat horen, gelijk haar naam aangeeft, een cornetachtige volle klank, en alle stemmen bijeen genomen een mengeling van sterke koele kleuren, bij uitstek praktisch voor een orgel, dat de choraliter gezongen muziek moet ondersteunen. Onze grote orgelbouwers uit lang vervlogen eeuwen wisten trouwens efficiënt te zijn, lang voor het akelige woord was uitgevonden. Hoe listig was het om het pedaal uitsluitend te reserveren voor een cantus firmusstem, zodat men met de voeten slechts eenvoudige, lange noten behoefde aan te houden en de handen vrij hield voor het figuratieve werk. Zij wisten heel wel wat zij deden, onze voorouders, en een organist, die hun stijl, en daarmee hun geest begrijpt, kan prachtige dingen op dit orgeltje doen. Na de restauratie van 1704 liet de stad Alkmaar haar wapen op het uitgebouwde oksaal zetten en de vier regerende burgemeesters plaatsten er hun wapens bij. Men aanvaardde zelfbewuste de eer van 'n goed verricht werk, en in het jaar 1941 zien wij weer op naar het orgeltje en weten, dat de daden van een lang vergaan voorgeslacht nog van hen getuigen.

Bron: De Tijd, godsdienstig-staatkundig dagblad 21-09-1941

Bach-Cantaten uitvoering in de Lutherse Kerk

AMSTERDAM - Aan de regelmatige uitvoering van Bach-Cantaten, zoals bij wijze van traditie in de Thomaskerk te Leipzig als onderdeel van de kerkdiensten geschiedt, is men hier niet toe. Sporadisch ervaart men iets van die aard, maar van regelmaat, die een brede volkslaag met deze zijde van Bach's kunst meer vertrouwd zou maken, is geen sprake. Gezien de hoge trap, waarop in ons land de koorzangbeoefening staat, ware het allerminst verwerpelijk, dat de kerkbesturen, die er terecht niet voor terugschrikken om met bepaalde middelen de godsdienstbelijdenis voor de massa een grotere uiterlijke aantrekkelijkheid te verlenen, ook in ons land, bij voorkeur in de godsdienstoefeningen voor de omroep, meer in die richting deden. De VPRO komt de eer toe, een stoot in die richting te hebben gegeven, die in onze thans gelukkig gecentraliseerde omroep behouden is gebleven.

Daarom mag een streven als dat van Hans Brandts Buys, die zich al vijf jaar lang toelegt op uitvoering van Bachcantaten met Leidse studenten, worden toegejuicht. Hij dient hiermede niet alleen Bach's kunst, maar ook bevordert hij het zozeer verwaarloosde gezamenlijk musiceren door leken, dat voor de verheffing van onze muziekbeoefening een waarde bezit, die maar al te vaak wordt miskend. Met dit streven van mr. Brandts Buys heeft men thans ook in de hoofdstad kunnen kennismaken, doordat hij zich en zijn" medewerkers in dienst stelde van het Amsterdamse muziekleven. Want Cor Kee, de organist van de Lutherse Kerk aan het Spui, heeft hen bereid gevonden, hun bijstand te verlenen voor de inleiding van zijn serie orgelconcerten van deze zomer. De organist nam hierin zelf een groot aandeel; niet alleen door zijn medewerking bij de uitvoering van drie verklankte Bach-Cantaten, maar ook met vier koraalvoorspelen, waarmee hij dit concert opende, afwisselde en besloot. Hij deed zich hierbij kennen als een bekwaam en slagvaardig meester over zijn instrument, zij het, dat hij dit in de solostukken wel wat schools behandelde en bijvoorbeeld tempo-nuanceringen verwaarloosde, waardoor zijn spel een wel veel te grote strakheid kreeg. In dat opzicht scheen Brandts Buys één lijn met hem te trekken want ook zijn koralen leden aan hetzelfde euvel en kwamen daardoor aan uitdrukkingskracht tekort. Weliswaar mag bij hem als verzachting van dit bezwaar worden aangemerkt, dat hij met leken arbeidt, maar gezien het feit dat hij dit reeds vijf jaar doet, had men in dat opzicht bij zijn koor reeds meer scholing mogen verwachten. Men is echter bereid, uit waardering voor zijn streven hierop nog niet met te veel nadruk de vinger te leggen, omdat hij een talrijk gehoor ongetwijfeld een avond heeft verschaft, die veel te genieten gaf en stellig niet alleen de wil voor de daad liet gelden.

Aan vaklieden had hij behalve van Cor Kee alleen van een solo kwartet en van de hoboïst Jaap Stotijn medewerking. Hij voerde uit de Cantate 42, Am Abend aber desselbigen Sabbats, 117 „Sei Lob und Ehr den höchsten Gut'.' en 184 „Erwünschtes Freudenlicht”.

De beide laatstgenoemde cantaten liet hij voorafgaan door de orgelvoorspelen op de slotkoralen dezer cantaten; verder werd het concert geopend met het koraalvoorspel „Wir glauben all an einen Gott" en besloten met ,,Nun danket alle Gott".

De solisten, de sopraan Greet Koeman, de alt Annie Hermes, de tenor Albert Dana en de bas Theo Bayle, hebben hun in vele opzichten loffelijke hoedanigheden in dienst gesteld van het evenzeer te prijzen doel. Greet Koeman, die zich alleen in duetten behoefde te laten horen, beschikt over een aangename en welluidende sopraan, die echter nog meer kracht en uitdrukking behoeft en daardoor tegen haar partners niet steeds was opgewassen. Annie Hermes had in dat opzicht meer pijlen op haar boog, maar moet haar uitspraak nog aanmerkelijk aan duidelijkheid doen -winnen; Albert Dana, van wiens tenorgeluid de mannelijkheid weldadig aandoet, schiet nog tekort in uitdrukkingskracht en variatie van voordracht. Theo Bayle voldeed vocaal misschien nog wel het best, maar ontmoette het bezwaar van het feit, dat hij eigenlijk bariton en geen bas is.

Bij de beoordeling van het aandeel van koor en orkest, samengesteld uit studenten, moet men uitgaan van de omstandigheid, dat zij leken zijn en onderworpen aan de aanwijzingen van hun dirigent, tegen wiens leiding hierboven reeds bezwaren werden aangevoerd; bezwaren, die de algemene verdienste van zijn streven niet mogen overschaduwen. Van dit standpunt uitgaande, moet men deze medewerkers lof brengen voor hetgeen zij in deze speciale tak van kunst presteerden. Dat de tenoren vaak zoek waren, is een kwestie van bezetting, die met meer animo uit de betrokken kringen is op te lossen.

Maar al deze incidentele bezwaren worden overkoepeld door de waardering, die men moet koesteren voor een streven als waarvan dit concert getuigde. Men is hiermede vooral principieel op een zeer goede weg, die naar een verheffing van onze muziekbeoefening voert. De tot dusver vast te stellen resultaten van dit streven laten geenszins een teruggaan, eerder een vorderen op die weg voorzien. En van die vordering zal men te gelegener tijd stellig gaarne kennis nemen.

G. K. Kr.

Het Volk: Dagblad voor de Arbeiderspartij 1941-05-21

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.

Willem van Twillert | Antwoord 05.09.2017 20.54

Mooie en informatieve tekst

Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

05.09 | 20:54

Mooie en informatieve tekst

...
03.01 | 14:15

Mooi om (toevallig eigenlijk) hier te komen 20 jaar na het overlijden van Cor Kee.

...
18.02 | 14:09

Zet deze video erbij:
https://www.youtube.com/watch?v=oTsDgY6CqEM.
Kee's muziek klinkt aanzienlijk beter op een fraaie Witte
dan op een electronicum.

...
22.01 | 00:56

Wat een tijd. de vijftige jaren. Wat heeft mijn Opa daar vaak over vertelt, dat hij naar de samenkomsten ging van Hermann Zeiss. Wat een beleving.......

...
Je vindt deze pagina leuk