Den koohoohoohooning van Hispanje....

Op bezoek bij de Gereformeerde Kerkenraad van Zaandam

De Stationsstraatkerk te Zaandam met rechts de consistorie

ZAANDAM - ‘k Hoop, zo besloot ik, dat ieder inziet, dat de héle noten zijn ingevoerd, vooral niet uit eerbied voor de psalmen als het berijmde Woord Gods, maar simpel uit noodzaak. En nu kunnen we hier nog lang en breed over praten.  En voet bij stuk houden en blijven zeggen: „Ja maar, wij zijn in onze kerkdiensten nu een maal gewend geraakt aan ons statig en plechtig koraalgezang". Dat is zo „En ‘t ligt óns, ouderen, niet om rhytmisch te zingen en zeker niet 'n gebed'. Is dat geldend?

Cor Kee heeft in de consistorie van de Stationsstraatkerk gesproken. In een gecombineerde bijeenkomst van kerkeraadsleden met het college van organisten en enkele genodigden. Eenvoudig, nederig, vroom. „God is de volkomen kunstenaar. De Bijbel is óók het boek der schoonheid. Ook onze eredienst moet voor God schoon zijn. God moet 't mooi kunnen vinden, het orgelspel en het psalmgezang der gemeente". Dat is helemaal naar de Schrift. !t Speet me achteraf erg dat we van die avond niet een openbare kerkeraads-vergadering hebben gemaakt met de gemeente, 't Gaat ook in de liturgie niet om ons, maar om God.

Wij kennen allen wel het gebed: „Blijf met mij, Heer, als 't zonlicht niet meer straalt; blijf met mij, Heer, als straks de avond daalt, als vrienden heengaan in stormgetij, blijft Gij ter hulp gereed, O blijf met mij", Hoe vaak hebben we dit niet bij de microfoon van de NCRV horen zingen? En wij zingen dit vers, dit gebed, zelf ook rhythmisch, 'k Heb nog nooit iemand ontmoet, die dit oneerbiedig vond. Waarom zou 'n rhytmisch gebed God onaangenaam in de oren klinken? "k Geloof er niets van. Men heeft de oorspronkelijke zangwijzen van haar kracht beroofd, toen men het rhythme los liet. 't Betekende een onverantwoordelijke verzwakking.

Cor Kee heeft die avond niet alleen gesproken, maar ook gezongen. 'n Stukje Wilhelmus op hele noten. We kregen dit te horen: „Wilhelmus vahan Nahassouwe ben ik van Duihuitse bloed". U moet toch 't vers eens even doorzingen met Uw kinderen, zomaar „voor de lol". U krijgt dan vanzelf de regel: “den koohoohoohooning van Hispanje heheb ik altijd geëerd."

Hoe vindt U 't? Melodieus, niet? Dat prachtige, krachtige Wilhelmus onherkenbaar verminkt. Daar zit geen fut meer in. Dat bent U wel met me eens. Ons nieuwe Psalmboek bedoelt alleen ons de originele melodiën van Calvijn terug te geven. Niets op tegen, zou ik denken. Wij moeten daar vanzelfsprekend even aan wennen, maar dat is 'n kwestie van tijd. Kerstmis is in 't zicht.

We zingen de Engelenzang, zoals we die jaar in jaar uit al gezongen hebben. Opa van vaders kant, toen hij nog op de Zondagsschool ging, onze kinderen in hun jeugdclubs en wij in de eredienst. Iedereen vindt dat heel gewoon. En wij ook. Rhythmisch.

Ds G.Brouwer

Bron: Kerkblad voor de Gereformeerde Kerk van Zaandam 6 december 1951

„Psalmen Davids" van Cor Kee

(Van onze Utrechtse muziekmedewerker)
Het streven om de Psalmwijzen in haar oorspronkelijke staat te herstellen, acht slaande op de oude modaliteiten en op het oorspronkelijke ritme (de goegemeente pleegt dit zingen „op hele en halve noten" te noemen) heeft tot gevolg gehad, dat voor de componisten en improvisators van Psalmvoorspelen een geheel nieuw terrein werd geopend. De vaak zeer romantische en tekstschilderende voorspelen konden immers niet langer dienen.

Cor Kee is een van de organisten, die zich in deze materie speciaal hebben verdiept. Hij trekt in zijn Psalmvoorspelen strenge consequenties: in een moderne stijl tracht hij de geest der oude (Nederlandse) meesters te doen herleven. Hij offert de voor de gemeente aantrekkelijke "volle". harmonische klanken op aan een sober, lineair klankbeeld, dat op de toehoorders die aan de negentiende-eeuwse stijl gewend zijn, wel een "kale" induk zal maken. In de reeks Nederlandse koor- en orgelmuziek van 1500 tot heden, welke in de Westerkerk te Utrecht gegeven wordt, kreeg Cor Kee een prachtige gelegenheid, zijn principes te demonstreren.

Uitgevoerd werd zijn cyclus Psalm Davids, die uit zeven Psalmen bestaat, door het koor nu eens unisono, dan tweestemmig (b.v. alleen vrouwenstemmen) of in een homofone zetting gemengd gezongen, gevolgd door een orgel-koraalfantasie, waarna het koor een "Amen" intoneert op een enigszins gregorianiserende wijze. Het was interessant, deze compositie te volgen. Geheel geslaagd kan men het werk niet noemen. Daar is het te hybridisch voor. Deze cyclus vormt meer een serie van stijlproeven, dan een uit voltooid kunstoverleg voortgekomen, gesloten kunstwerk.

Cor Kee verkeert nog in een experimenteel stadium ten aanzien van zijn zelfstandige behandeling der psalmwijzen, doch hetgeen hem voor de geest zweeft opent ongetwijfeld perspectieven voor de Protestantse kerkmuziek. Aan de uitvoering werd meegewerkt door het Buurkerkkoor onder leiding van Mees van Sluis. Van zijn knappe improvisatie-techniek legde Cor Kee getuigenis af met een Preludium en Fuga op een hem door George Stam voorgelegd thema.

Bron: Algemeen Handelsblad 07-06-1951

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

05.09 | 20:54

Mooie en informatieve tekst

...
03.01 | 14:15

Mooi om (toevallig eigenlijk) hier te komen 20 jaar na het overlijden van Cor Kee.

...
18.02 | 14:09

Zet deze video erbij:
https://www.youtube.com/watch?v=oTsDgY6CqEM.
Kee's muziek klinkt aanzienlijk beter op een fraaie Witte
dan op een electronicum.

...
22.01 | 00:56

Wat een tijd. de vijftige jaren. Wat heeft mijn Opa daar vaak over vertelt, dat hij naar de samenkomsten ging van Hermann Zeiss. Wat een beleving.......

...
Je vindt deze pagina leuk