Muziek als avontuur

Cor Kee: Muziek als avontuur

Cor Kee, een grote naam! Een man, die wereldroem verwierf! In tal van landen heeft de 70-jarige organist en componist Kee de improvisatiekunst doen herleven. Hij kreeg leerlingen uit alle werelddelen. Cor Kee had graag voor u willen concerteren op één van de Alegria-avonden. Maar kreeg geen toestemming van de doctoren. Hij is namelijk al geruime tijd ziek. In dit exclusief interview kunt u deze boeiende, veelzijdige figuur als musicus en mens ontmoeten. Pregnante uitspraken zijn hem niet vreemd.

Na drie maanden ziekenhuis kwam hij naar huis om aan te sterken. Hij is, mede op doktersadvies, magerder geworden. "Als ze m'n foto zien, zullen ze zeggen: wat is er met Kee aan de hand. Maar ik knap alweer op. Ik componeer weer. Kijk, met deze suite ben ik juist klaargekomen. "

Het echtpaar Kee woont in een sfeervol Zaandams hofje. Toen ze ernaar toe verhuisden zeiden sommige mensen: "Wat bezielt een beroemd man als Kee om in zo'n klein huisje te gaan zitten!" Men dacht blijkbaar, dat Kees formaat daaruit zou barsten. Een tamelijk kleingeestige gedachte.
"Als je kinderen de deur uit zijn en je een dagje ouder wordt, moet je niet meer de rompslomp van zo'n groot huis hebben," zegt Kee. Hij en z'n vrouw vinden het prettig wonen in dat hofje, waar de huizen in een kring om uitbundige rozenperken en groene hagen staan.

Ongezouten waarheid
Bij het binnenkomen heb ik iets vreemds opgemerkt: nergens valt een instrument te ontdekken. "Dat klopt, ik heb ze weggedaan, maar als ik wil spelen, kan ik op Nederlands mooiste orgels terecht. " Kee neemt een duik in z'n broekzak en er komen enorme sleutels tevoorschijn, die hem te allen tijde toegang geven tot verscheidene kerkorgels. Ons lange gesprek vindt plaats in het woonvertrek, een echte gezellige Hollandse kamer. Binnen handbereik is Kee’s gereduceerde boekenkast, waarin hij ook veel composities en reistrofeeën opbergt.

Kee blijkt ook auteur, onder andere van boekwerkjes, waarin zijn originele visie op het leven is neergelegd. Zijn kunstenaarschap krijgt door die spiritualiteit extra reliëf. We hebben 't eerst over Zaandam, waar hij geboren en gebleven is. "Ik houd ontzettend van de Zaanstreek. ’t Is een dynamisch en democratisch stuk Nederland, altijd geweest. Er wordt flink aangepakt, men heeft moed om nieuwe dingen te ondernemen, is nieuwsgierig, 'n beetje avontuurlijk, spontaan, humoristisch, ruw èn hartelijk, maar altijd oprecht. Dat is 't portret van een Zaankanter en zo ben ik ook. Ik houd van keihard werken, veel lachen, maar ik kan iemand ook ongezouten de waarheid zeggen." Kee stamt niet uit een familie van orgelvirtuozen. Zijn ouders waren mensen die thuis een harmonium hadden staan en er graag op speelden. Als achtjarige kreeg Cor les van de buurman en toen zijn aanleg onmiskenbaar was gebleken, werd hij pupil van Jan Zwart. Kee heeft drie kerken in de Zaanstreek als organist gediend en bijna vijftig jaar volgemaakt als organist van de Spuikerk in Amsterdam. Langdurig was hij hoofdleraar orgel aan het conservatorium, maar vooral zijn improvisatielessen brachten hem internationale roem.

"Op zekere dag stond er een Amerikaan voor de deur, die zei: ik heb over u gelezen en ben met m'n vrouw en de caravan naar Nederland gekomen om les bij u te nemen. Twee jaar is die man gebleven!"

"Ik zing, schreeuw of gil er soms bij".
Kees improvisatiecursussen aan de Haarlemse Zomeracademie lokten orgelstudenten uit de hele wereld. Kee herinnert zich "veel Amerikanen, Russen, Scandinaviërs, Zuid-Afrikanen..." En hoe verstond u zich met hen? "In Engels en Duits, desnoods met armen en benen. Ikschreeuw, zing, gil er soms zelfs bij. Je moet allerlei psychologische middelen gebruiken bij zo'n improvisatieles. Dat gaat bij mij vanzelf. Ik maak geen kleine Keetjes: improvisatie verdraagt niets cliché-matigs. Wat ik probeer is, de onderste steen van iemand muzikale persoonlijkheid naar boven te halen. Bij begaafde leerlingen kun je soms improvisatie van uitzonderlijk hoog niveau bereiken, zoals het geval was met verscheidene van mijn
leerlingen, die bij belangrijke concoursen winnaar werden."

Cor Kees invloed is zo groot, dat in tal van landen een opleving van de improvisatiekunst ontstond. "In feite is er opnieuw interesse gekomen voor een oud, maar altijd nieuw facet van het musiceren. Tot de twintiger jaren hebben we vastgehouden aan de romantiek, omdat we meenden, dat die periode verder was dan de voorgaande. De romantiek fixeerde, liet niets over aan het initiatief van de speler. Gelukkig is er toen een tijdperk van historische bezinning aangebroken, waarin we ontdekten, dat bijvoorbeeld bij Bach en in zijn tijd veel meer vrijheden geoorloofd waren: het improvisatorische element was veel groter."

Nieuwe muzikale wereld
Hoe is dat in z'n eigen composities, die uitgesproken modern zijn, gebaseerd op de nieuwe technische middelen en nieuwe klankvormen? Hij laat me zijn Suite 1969 zien, waarin een facultatieve improvisatie is opgenomen. Naar keuze dus. Hij doet daarin suggesties, rept over allerlei interessante zaken uit de atonale wereld, zoals "clusters": gaswolken, dan dun, dan dicht, dan licht-zwevend, dan wild-opstapelend, vele nieuwe kleuren/registraties reflecterend. Velen zullen er nog lang niet vertrouwd mee zijn.


"Het is een andere muzikale wereld," zegt Kee, "van een andere orde, esthetiek en poëzie. Het hoort bij deze tijd, waarin wij de ruimte in nieuwe betekenissen en dimensies ontdekken. Met de muziek zijn we de atonale ruimte binnengeschoten. Het is nog altijd de moeite waard om Abrahammitisch het avontuur aan te durven en als we denken aan het eind van ons orgellatijn te zijn, glimlacht de grote Schepper aller dingen. In de hemel zullen we ook niet alleen c-d-c- horen; er zijn veel meer geluiden!"

Kee zit diepgebogen in de karakteristieke componistenhouding, de hand om het hoofd gelegd. "Zo eet je 't op," lacht hij, "als ik componeer kan ik er lang op turen, 'lang over denken." Hij staat volledig achter jonge, moderne componisten, zoals Peter Schat. Kee vindt het altijd interessant om nieuwe werken te horen. "Ik ben Zaankanter, nieuwsgierig!

En zo'n stuk kan een nieuw avontuur betekenen. Niet, dat ik alles mooi vind, maar de wijze van werken van de modernen vind ik mooi. 't Is, dat ik een ouwe man ben, maar met mijn geest en muziek sta ik tussen hen in." Ik ontdek een boek over Karel Appel. "Van zijn werk houd ik veel, omdat het zo kleurrijk is. Mijn muziek is ook kleurrijk."

Elektronische orgels
"Mensen, die het moderne orgel verfoeien, vergeten dikwijls dat het harmonium van vroeger ook surrogaat was, vergeleken bij het pijporgel. Je moet die instrumenten niet met elkaar vergelijken. Ik geloof, dat het elektronisch orgel tot de verbeelding spreekt en duizenden mensen muzikaal genot kan verschaffen. Het lijkt me allerminst uitgesloten, dat velen via hun elektronisch huisorgel ertoe geïnspireerd worden om de waarlijk grootse kerkorgels van ons land, te gaan ontdekken."


Theologie als liefhebberij
In zijn boekenkast staan overigens veel theologische boeken. Dat is zijn liefhebberij. De oorsprong daarvan ligt niet in zijn ouderlijk huis.


"Mijn vader had 't geloof vaarwel gezegd en toen ik m'n vrouw leerde kennen, die gereformeerd was, wilde ik haar aan de hand van de Bijbel bewijzen, dat daar toch feitelijk onzin in stond. Al bewijzende begon ik te geloven. Dat is de grootste ontdekking van m'n leven geweest. Ik was toen twintig. We gingen samen voor 't eerst naar de kerk, ik herinner het me nog goed, en de preek ging precies over datgene, waarop ik innerlijk wachtte: Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onze Heer. " (Rom. 6 : 23). Sindsdien heb ik daaruit geleefd en veel evangelisatiewerk gedaan, omdat ik ertoe gedreven werd. Ik moet zeggen, dat de kerkmuren en de verdeeldheid me dikwijls benauwen. Centraal staat de directe relatie van de mens tot zijn Heiland. Als je in een ziekenhuisbed ligt, en je voelt je bijna uitgeteld, dan word je wel met je neus op die uiteindelijke werkelijkheid gedrukt."

We praten over vroeger, toen Kee nog speelde bij kerkdiensten, die door zo'n tweeduizend mensen bezocht werden. "Dan maakte je wel mee, dat de predikant na afloop van het zingen zei: dat was zó prachtig, dat doen we nog een keer! Jammer, dat die tijden voorbij zijn," zegt Kee, "en de theologie is ook niet meer wat ze was."

Bovenop zijn boekenkast ligt een formidabele Statenbijbel met zwaar koperbeslag en daarop een menselijke schedel. Bizar, luguber? "Ik heb eens van Kohlbrugge gelezen: Ik ben een dorre schedel slechts, maar alles trilt van 't leven. Dat beeld heeft me zo aangesproken, dat ik 't in m'n nabijheid wilde hebben. Vandaar."

Wij wensen Cor Kee van harte toe, dat hij spoedig geheel naar zijn bruisende leven mag terugkeren!

Bron NCRV-gids 1970

Opgetekend uit de mond van Cor Kee

17 mei 1973 beluisterden we een huiskamerconcert gegeven door Cor Kee en de klaveciniste A. Paanakker-Riemens, bij A. ter Velde, Botenmakersstraat 104 te Zaandam die het orgel zelf bouwde; het heeft als dispositie: Roerfluit 8' Roerfluit 4' Prestant 2' Gedekt 8' (vulstem) 1 1/3' Dat het geheel van goede makelij is getuige het feit dat niemand minder dan Kee het orgel bespeelde. Hij deed dit met werken van: J.S. Bach, Liebster Jesu; Steenwick, sarabande; Cor Kee, Refreinitische ostinato's; Jan Zwart, Morgenglans der eeuwigheid.

Bij ieder werk gaf Kee een toelichting, alsook bij het te spelen werk van Jan Zwart. Ik vond juist deze toelichting dermate interessant, dat ik het op de band heb opgenomen en het derhalve onze orgelvrienden niet wil onthouden. Cor Kee begint als volgt: „Jan Zwart, veel dingen van hem worden in een verkeerd daglicht gezien. Jan Zwart heeft heel wat gecomponeerd en een deel daarvan christelijk populair. Nu is het bij alle componisten zo, dat op den duur een deel afvalt. De tijd schift, de tijd zal het ook leren. Jan Zwart speelde ‘anders’ dan zijn volgelingen. Helaas moet ik zeggen dat het meest populaire dus ook het meest gespeeld wordt, maar ook nog verpopulairiseerd en vertekend, qua spel en qua registratie en dat is wel heel jammer voor Jan Zwart”.

,,Jan Zwart was een aristocraat; met hem heb ik veel gesproken. Ik was een van zijn eerste leerlingen en later toen ik bij hem les had gehad, heb ik steeds met hem gereisd naar Amsterdam. Hij was organist in Amsterdam en ik was ook organist in Amsterdam. Dat reizen ging veel per boot, we hadden dus de tijd om te spreken en we spraken over alles en nog wat en dan was het ook wel pro en ook wel contra. Het vonkte weleens, want hij was een vurig manneke en ik was een eigenwijze jongeman.”

,,Maar hij had toch veel waardering voor dit; hij heeft zijn leerlingen altijd voorgehouden, doe me niet na, zie een eigen taal te spreken en zie een eigen stijl te creëren. Dat heb ik ook gedaan en slechts een paar van zijn leerlingen hebben die raad opgevolgd. Als ik het zeggen mag, ais ik namen mag noemen en ik geloof niet dat ik daar verkeerd aan doe, dan is dat dr. Willem Mudde, zijn schoonzoon en ik denk ook wel aan Arie van Opstal en dan mag ik mezelf daar ook onder schakelen. En ik meen dat ik hem daar een dienst mee bewezen heb. lk heb ook wel gehoord dat hij heel andere wegen zocht.”

,,Een keer zei hij: „ik heb iets gemaakt, ik ben eigenlijk bezig met Psalm 33: De grote Schepper aller dingen, ziet uit het ongenaakbaar licht, het gans' gedrag der stervelingen; niets is bedekt voor Zijn gezicht". En toen vertelde hij mij: dat heb ik „Maeterlinckachtig" gedacht. Dat moet u goed zien. Maurits Maeterlinck was een schrijver uit de impressionistische tijd; Zwart schreef er ook bij ‘lento et misterioso’ (iets wat je heel weinig hoort). Zo heeft hij nog wel meer van deze dingen gedaan. In bijvoorbeeld band X, waar het groot-septiemaccoord in voorkomt, later gevolgd door een omkering daarvan. Daar zit room in en hij trachtte dit ook verder te krijgen, maar helaas, hij is gestorven.”

Een muziekjournalist van een Duits handelsblad schreef laatst: „Hoe zou J.S. Bach geschreven hebben in deze tijd? " Nu zou ik de vraag willen stellen: „hoe zou Jan Zwart het nu gedaan hebben? " Er is nog veel over deze zaak te zeggen, maar nu eerst één van zijn mooiste werken: „Morgenglans der eeuwigheid".

Toen Kee dit op wondermooie wijze gespeeld had, sprak hij: „Wie gelooft in Jezus Christus, als zijn Verlosser en Heiland, is een kind van het licht geworden. Nu leeft hij nog in de morgenglans, ten dele en zucht en verlangt naar het volle licht, de heimwee, dat lezen we in het Hooglied (Kee haalt zijn oude Statenbijbeltje uit zijn binnenzak en leest): „Hij kusse mij met de kussen Zijns monds; want Uw uitnemende liefde is beter dan wijn; Uw naam is een olie, die uitgestort wordt; waarom zullen wij uitnemende liefde vermelden. Jezus, de allerschoonste, heerlijkste, beminnelijkste, Kom Heere Jezus, ja kom spoedig! "

Door A. M. Alblas, Kerk & Muziek jaargang 22 nr 6 1973-07.

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

29.03 | 16:22

Mijn moeder, Corrie Busch heeft jarenlang les gehad van Cor Kee.
Zij kon elke dag na schooltijd studeren in de Stationsstraat kerk.

...
12.01 | 20:17

en natuurlijk geen opname van die improvisatie in Goes....

...
05.09 | 20:54

Mooie en informatieve tekst

...
03.01 | 14:15

Mooi om (toevallig eigenlijk) hier te komen 20 jaar na het overlijden van Cor Kee.

...
Je vindt deze pagina leuk