Avonturieren in Miniaturen

Er bestaat een boek met een suggestieve titel. Die luidt „Ik en mijn speelman". Daar moest ik aan denken bij het beluisteren van een bijzondere plaat met orgelmuziek van Cor Kee. Als het orgel van de Oude Kerk in Amsterdam in mensentong zou kunnen spreken, en wanneer bovendien dit orgel een verslag zou moeten geven van het avontuur dat Cor Kee op zijn klavieren en pedaal neerzette, dan zou het als titel daarboven gebruiken: Ik en mijn speelman. En dan zou het „ik" voorop niet eens aanmatigend zijn tegenover de speelman, want de speelman is bescheiden en het „ik" is de basis van de inspiratie van de speelman.

Na deze geïmproviseerde introductie wil ik een poging doen tot een meer normaal getinte recensie. Er is dus een plaat verschenen met orgelmuziek van Cor Kee. Deze nestor in de Nederlandse en internationale orgelwereld werd 24 november 80 jaar. Ter gelegenheid daarvan is er een plaat verschenen, niet zozeer omdat de concertgever daarop zou staan, maar meer als een hommage aan en een afspiegeling van zijn betekenis voor de ontwikkeling van de orgelcultuur. Met name op het gebied van de orgelimprovisatie heeft Cor Kee een legendarische naam gekregen. En wel via de Haarlemse zomeracademie, verbonden aan het internationaal orgelconcours aldaar en als hoofdleraar aan het Utrechts conservatorium.

Improvisatie is een aparte en veeleisende kunst. Het vak als zodanig is wel te leren, maar de echte improvisatie komt toch voort uit de aanleg die men ervoor heeft. Veel beroepsorganisten wagen zich niet of nauwelijks op dit terrein, althans als specialiteit binnen hun vakgebied. Wat niet wegneemt dat het toch een belangrijke specialiteit blijft. De grote charme ervan is, dat men op het moment van spelen tegelijk uitvoerend en scheppend kunstenaar tegelijk is. En dan kunnen er bijzondere dingen gebeuren. Die zich niet laten voorspellen, en die zich later ook niet meer laten herhalen. Dat het improviseren iemand zo maar komt aanwaaien, kan bepaald niet gezegd worden. Met name het aspect van de vormbeheersing is van groot belang voor de improvisator. En op dit punt nu ligt de enorme verdienste van Cor Kee.

Eén der leerlingen van Cor Kee vertelde eens van een bijzondere les van de leraar. Kee nam twee briefkaarten en plaatste die op een afstand van één octaaf tussen de toetsen van het klavier en zei toen tegen zijn leerling: Ga je gang maar. De improvisatie moest zich afspelen binnen het gebied van 12 tonen. Binnen een dergelijke beperking ontwikkelt zich het talent en wordt de vindingrijkheid uitgebuit.

Getuigenis
De verschenen grammofoonplaat legt getuigenis af van het voorgaande. De miniaturen vormen een rijk geschakeerd beeld van de mogelijkheden van het orgel en diens bespeler. Eigenlijk is het een heel orthodoxe plaat geworden in die zin, dat men er geen tweede naast kan leggen die er ook maar enigszins op lijkt. Het normale concertrepertoire bevindt zich min of meer in een andere ligging. Het avontuurlijke ontbreekt daarin voor een groot deel. De man die ter plekke organiseert en opbouwt, kleurt en verrast, die laat zich niet zo eenvoudig op de plaat vastleggen. Dat is dus nu gebeurd. Vijftien verschillende werken en werkjes van Kee zijn opgenomen. En wanneer men de gehele plaat beluisterd heeft, dan vraagt men zichzelf eigenlijk na afloop af: Wat heb ik nu eigenlijk gehoord? Waar ging het over. Het is als bij een treinreiziger, die door een afwisselend landschap reed, en die na thuiskomst op een rijtje probeert te zetten wat hij nu eigenlijk gezien heeft.

Voorop gesteld: Lang niet al het werk op de plaat is puur improvisatie. Er zijn ook enkele "indirecte" improvisaties, dus voorbereide of al eerder gespeelde improvisaties, daarnaast zijn er wat oudere uitgeschreven composities en enkele meer recente psalmbewerkingen uit de bundel Credo. Maar alles ademt min of meer de zo spontane speelaard van de vindingrijke speelman. De concertgever geeft ook een verantwoording. Hij noteert: ,,Om dit contrastrijke programma spontaan en geïnspireerd te spelen heb is vooraf niet gerepeteerd." Kee houdt van het "artistieke moment". Zo is er ook een incident op de plaat, dat mee mag doen. Tijdens Improvisatie II valt een oude lessenaar op de vingers van de spelende Kee. De opname wordt niet afgebroken. Nee, Kee werkt het ding - zoals hij zelf schrijft - al spelend weg. Hij citeert volgens wat hij vroeger eens schreef: "Een grote aantrekkelijkheid bij het improviseren is, dat toevalligheden en fouten de fantasie van de improvisator ten goede kunnen beïnvloeden en nieuwe impulsen geven. Menig improvisator heeft deze cadeautjes met een glimlach en een "dank u" geïncasseerd."

Stijl
Cor Kee is een muzikant die in zijn werk een ontwikkeling heeft doorgemaakt. In zijn jonge jaren was hij te plaatsen in de buurt van Jan Zwart, maar allengs heeft hij andere wegen gekozen die hem zelfs deden belanden bij de twaalftoonsmuziek en andere vormen van afwijkende tonaliteit. In enkele werkjes is een duidelijke verwantschap aanwijsbaar met de iets jongere Franse componist Olivier Messiaen (geboren 1908), die eigenlijk meer gemeen heeft met Cor Kee, in de zin van een stuk onorthodoxie ofwel artistieke eigenzinnigheid, dat hem maakt tot een nogal omstreden persoonlijkheid. Het "omstreden" geldt in veel mindere mate voor Kee die minder aan de weg timmert als concertgever of als componist, maar die zijn leerlingen wèl wapent in originaliteit.

Het moge dan ook niet verwonder lijk zijn, dat bij het verschijnen van een bijzondere plaat van een bijzonder organist en pedagoog dat aspect ook naar voren komt. En wel met name in de drie Psalmbewerkingen die op plaat geregistreerd zijn. Wie deze bewerkingen beschouwt als puur materiaal voor de speelman, zal er weinig moeite mee hebben. Maar wie dergelijke bewerkingen een plaats in de eredienst wil geven, krijgt ongetwijfeld moeilijkheden. Want ze zijn onorthodox en dat lijkt een niet al te verkieslijk uitgangspunt. Het blijft altijd moeilijk taxeren in dit soort zaken. Komt het werk voort uit de traditie of uit de spanning tussen die traditie en de breuk met die traditie

Het lijkt mij dat Kee sterk geopereerd heeft (en dat doet hij nog) in dat spanningsveld. Daarmee heeft hij zich geplaatst binnen de sfeer van het risico. Wie zich wil oriënteren op deze speelman en zijn orgel heeft daartoe geen betere mogelijkheid dan deze plaat te beluisteren.

Tekst: G.J. Nijhof

Bron: Nederlands Dagblad 23-01-1981

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

05.09 | 20:54

Mooie en informatieve tekst

...
03.01 | 14:15

Mooi om (toevallig eigenlijk) hier te komen 20 jaar na het overlijden van Cor Kee.

...
18.02 | 14:09

Zet deze video erbij:
https://www.youtube.com/watch?v=oTsDgY6CqEM.
Kee's muziek klinkt aanzienlijk beter op een fraaie Witte
dan op een electronicum.

...
22.01 | 00:56

Wat een tijd. de vijftige jaren. Wat heeft mijn Opa daar vaak over vertelt, dat hij naar de samenkomsten ging van Hermann Zeiss. Wat een beleving.......

...
Je vindt deze pagina leuk