Mineurstemming in Bolsward: géén prijzen toegekend

Mineurstemming in Bolsward: géén prijzen toegekend op orgelimprovisatie-concours

BOLSWARD - 09-06-1969 Voor het eerst in de sinds zeven jaar gevestigde traditie van het Nationale Orgelimprovisatieconcours in Bolsward is er geen prijs toegekend. De jury achtte het peil van de deelnemers te laag en vond geen enkele sollicitant beter dan een andere: geen koraalprijs, geen improvisatieprijs.

De vlag op de toren van de Martinikerk werd snel binnengehaald; Henk Klop (Hardinxveld-Giessendam), Jan Kleinbussink (Diepenveen), Kees van Eersel (Vlaardingen) en Addie de Jong (Rotterdam) hadden de 42 stemmen van het Hinsz-orgel tevergeefs aangesproken. De uitslag werd direct na afloop in de volle kerk meegedeeld met de motivering van de jury: om de improvisatiekunst in Nederland te dienen. De heren Louis Toebosch, Piet Post en Nico van der Hooven bleken bereid voor genodigden in de raadszaal van het Bolswarder stadhuis een nadere uiteenzetting te geven van hun beweegredenen. Ingeleid door de voorzitter van de organiserende stichting ds. H. Kreb, legde Louis Toebosch er de nadruk op dat de ingrijpende juryuitspraak binnen vijf minuten onmiddellijk en eenstemmig tot stand was gekomen. Hij vond het een ongelukkig en een beetje triest verschijnsel dat jonge vakmensen zelfs de harmonisatie van een betrekkelijk simpele koraalmelodie (koraal „alla Svenska", de eerste opgave, onvoorbereid uit te voeren) niet vlekkeloos of anders dan in een harmonisch labiel idioom weten te volvoeren. Bij de grote improvisatie (opgave III: een Fantasie en een Fuga over een opgegeven thema) ontbrak speel-technisch gezien gevoel voor articulatie (m.i. een aanvechtbare opmerking: de deelnemers behandelden het orgel weliswaar op een César Franck-achtige orkestrale wijze, maar deelden het onmogelijke thema van Cor Kee vaak in tweeën, dat gaf wel degelijk agogisch interessante toestanden, zij het van verouderde allure. Messiaen misschien wel en er was weinig polyfoon inzicht gebleken.
(Dat zal dan wel waar wezen, maar moet de improviserende organist alleen maar de indruk van een fuga wekken, moet het echt een Bach-strenge compositie worden, of wat nu precies? Orgelcomponisten bestaan er op redelijk peil in Nederland niet op dit moment, zijn er dan wel ambitieuze organistjes die à l'improviste wel fuga's bij elkaar bakken?? Wat wil men eigenlijk in Bolsward? En wat wil die jury? De hele opzet was misschien van begin af aan wat onwezenlijk).

We vervolgen het min of meer objectieve verslag. De heer Toebosch had een zijns inziens ongeoorloofde mengeling van stijlen opgemerkt: heel traditioneel, aardig modern, Widor en nog meer à al manière de X, Y of Z. Dat alles werd klakkeloos gemengd.

Van de rijke mogelijkheden van het 18e-eeuwse orgel werd met name op het punt van manuaal- en registerkeuze weinig gebruik gemaakt.

Louis Toebosch wilde niet namens de jury, maar persoonlijk 'enorm grote vraagtekens' zetten ten opzichte van de geldigheid van de twee gegeven thema's. Die thema's waren gecomponeerd door Cor Kee. Toebosch vroeg zich af of het wel zo zinvol is aan jonge mensen gegevens voor te leggen die hij zelf omstreeks het jaar 1870 wilde dateren en hij voerde een vurig pleidooi voor het invoeren van moderner materiaal, of althans de keuzemogelijkheid daartoe. Piet Post bleek het daarmee niet eens. „Een goed organist moet over elk thema kunnen improviseren", zo sprak hij. Hij had het muzikanteske gemist bij „al het lawaai dat we gehoord hebben" en bepleitte een redelijke voorselectie. De uitdaging van één van de meer woedende deelnemers: „de jury moet nou maar eens zelf over die thema’s improviseren", nam hij graag aan. Als er gelegenheid toe was. Aan het concert in de Martinikerk was voorafgegaan een optreden van de „Martini Cantory Bolsward" (cantor drs. Ad Houtman), terwijl het geheel met een macht van geluid was onderbroken door het voortreffelijke Nederlands Koperkwintet (bestaande uit leden van het Concertgebouworkest), dat in galmende overakoestiek werkjes uitvoerde van Pezel, Haufrecht, Ton de Kruyf, Gesualdo en Bozza.

De bedroefde sfeer die heerste in het prachtige raadhuis van Bolsward, waar immers al zes jaar lang prijzen werden uitgedeeld, vond zijn slot in de ironische opmerking van ds. H. Kreb, dat blijkbaar ook in de organistenwereld een zeker sektarisme zegeviert. De Nederlandse Radio Unie heeft het alles opgenomen onder leiding van de klankregisseur Lambert Erné.

H. F. W. KRUIZE

Bron: Nieuwsblad van het Noorden 09-06-1969

1970 Veel in het vat

BOLSWARD - Voor dit jaar bleek op de vóór-auditie in Utrecht dat van de kandidaat-deelnemers weinigen aan de eisen zouden kunnen voldoen hoewel meteen óók bleek dat er heel wat talent in het vat zit. De toekomst lijkt bijzonder zonnig. Maar de vraag diende zich niettemin aan. Dit jaar dan maar geen orgelmiddag?

De Bolswarder werkcommissie antwoordde hier niet positief op. De orgel-improvisatie-kunst kan zo, overwoog zij, ook op een andere manier worden gediend. Toen kwam het plan voor het improvisatieconcert. Wanneer vier organisten van erkend grote kwaliteit worden samengebracht dan kan niet anders dan een lichtend voorbeeld worden gesteld voor jonge organisten die verder willen in de improvisatiekunst terwijl het orgel en de orgelkunst bovendien eens extra in de schijnwerpers komen te staan. Uit de reacties naderhand bleek dat velen van mening zijn dat van de aanvankelijke nood op deze manier inderdaad een deugd werd gemaakt.

Het is de bedoeling dat de vier improvisatoren hun thema’s aangereikt krijgen door Cor Kee de ongekroonde koning van het „orgel-improvisatiewezen. Kee maakt vier thema’s (ook vier verschillende vormen die onder de vier organisten „verloot zullen worden. Wie welk thema krijgt blijft zo lang mogelijk geheim. Deze opzet garandeert een zekere spanning doch evenzeer afwisseling iets waaraan improvisatie-concoursen wel eens mank willen gaan. Bovendien is kwaliteit al van te voren verzekerd.

Tussen de vier optredens door speelt het Nederlands Koper Kwintet, het vermaarde via Bolsward ook in Friesland bekend geworden, blazersensemble dat uit leden van het Concertgebouworkest bestaat. In voorgaande jaren kwamen sommige mensen alleen al naar Bolsward om dit kwintet te kunnen beluisteren. De cantorij van de Martini zorgt voor een korte introductie.

Ondanks de „ruime opzet van het geheel" heeft men de prijs van de kaarten laag kunnen houden: vier gulden inclusief het programma. Bij vooruitbestellen van tien of meer kaarten bedraagt de prijs drie gulden per kaart. Voor culturele jeugdpaspoorten geldt bovendien de gebruikelijke korting.


Bron: Leeuwarder Courant 21-05-1970

Voortreffelijke Orgelmiddag in Bolsward

Juryleden namen uitdaging aan laten horen wat improvisatie is

Het Nationaal Orgel Improvisatie Concours te Bolsward is al enige jaren voorgoed ingeburgerd en maakt een vast bestanddeel uit van de vaderlandse orgelcultuur „Bolsward is een soort nationale instelling. Dat schept verplichtingen. Men is dan op een bepaald niveau aangeland en dat niveau moet hoe dan ook worden gehandhaafd. Dat zulks niet zo heel eenvoudig is kwam bij de manifestatie van verleden jaar duidelijk aan het licht. Men wil te Bolsward talentvolle jonge organisten een kans geven maar dat impliceert dat die organisten er ook moeten zijn. Verleden jaar bleek hun aantal dun gezaaid. Toch trad een viertal kandidaten in de Martinikerk op en hoewel er incidenteel heel mooie dingen werden gedaan werd niet het peil bereikt dat Bolsward zich, zeer terecht overigens, wenst. De jury kwam toen unaniem tot de uitspraak dat de geleverde prestaties niet met een prijs konden worden gehonoreerd. Een uitspraak die als een bom insloeg en daarmee overeenkomstige reacties opwekte. Geen wonder dat de teleurgestelde kandidaten tot de uitspraak kwamen dat de jury dan zelf maar eens op de orgelbank gaan zitten om het goede voorbeeld te geven.

Dit jaar waren er voor het improvisatieconcours geen kandidaten aanwezig die voor een optreden in aanmerking zouden komen. Maar zoals voorzitter Ds H. Kreb in zijn openingswoord woord opmerkte is er een flink aantal kandidaten in opleiding zodat volgend jaar de concourstraditie weer doorgang zal kunnen vinden. En nu had dan de jury de uitdaging van verleden jaar aangenomen. Zij zouden laten horen wat improvisatie eigenlijk precies betekent.

Zo begon zaterdagmiddag half drie wel een improvisatieconcert - onder de meest gunstige omstandigheden stralend zomerweer en een volledig bezette Martinikerk. Voor deze gelegenheid had Cor Kee de nestor van de Nederlandse improvisatiekunst een viertal thema’s gecomponeerd. De deelnemers waren Louis Toebosch, Albert de Klerk, Piet Kee en Arie Keijzer Even dreigde het noodlot roet in het improvisatie-eten te gooien toen letterlijk ter elfder ure het bericht kwam dat Piet Kee door een ernstige kaakontsteking verhinderd was.


Lot besliste
Het comité stelde in allerijl pogingen in het werk nog een invaller te vinden. Dit lukte echter niet meer en zo zat men met vier thema’s en drie deelnemers. Men vond echter een elegante oplossing. De deelnemers lootten om de thema’s. Louis Toebosch kreeg op deze manier een thema toegewezen waarop een preludium en fuga moesten worden geïmproviseerd. Het derde thema dat tot een passacaglia en fuga moest worden verwerkt kwam voor rekening van Albert de Klerk terwijl Arie Keijzer een finale met ingebouwde fuga moest improviseren op een melodie gebruikt op de hoge feestdagen van de Perzische Joden. Resteerde dus thema twee, het harmoniseren van een gegeven koraalmelodie het variëren daarvan en het beëindigen er van met een fuga. Men vond de oplossing door aan Louis Toebosch variatie 1 en 4 toe te wijzen, aan De Klerk variatie 2 en 5 en aan Keijzer variatie 3 en 6.

Nadat de Martini Cantorij onder leiding van drs. Ad Houtman als korte inleiding een drietal vocale werken had gezongen, 'Agnus Dei' van Hans Leo Hassler, 'Psalm 117' van Heim’ich Schutz en 'Christ der du bist der helle Tag' van Hugo Distler werd het improvisatieconcert geopend door Louis Toebosch met het eerste thema. Zijn improvisatie kenmerkte zich door uiterst subtiel spel min of meer wortelende in het neo-romanticisme van Louis Vierne, zonder nochtans in epigonisme te vervallen. Opvallend waren de fraaie chromatiek en de steeds wisselende toonschakeringen de polyritmiek en - als het ware ondanks dit alles - de uiterst knappe verwerking van het thema.

Origineel
Het tweede thema, het koraalmotief, werd door Louis Toebosch verwerkt als een soort Bach-orgelkoraal. Zijn variatie kenmerkte zich door een mysterieuze romantiek met uitstekend gevonden volkomen onverwachte uitwijkingen. Albert de Klerk gaf een canonische verwerking van de koraalmelodie en een fraai gezette welhaast donkergekleurde variatie.
 Arie Keijzer maakte van zijn koraalvariatie een zeer origineel scherzo-achtig geheel en kwam daarna met een fors aangepakte wat pompeus en taai beginnende maar allengs levendiger wordende fuga.
 Op Albert de Klerk rustte de lang niet gemakkelijke taak op thema 3 een passacaglia en fuga te improviseren. Evenals bij Toebosch het geval was lag zijn improvisatie in het vlak van het mysterieuze en het subtiele. Een geraffineerde registerkeuze en het met betrekkelijk bescheiden middelen bereiken van een maximum aan verscheidenheid. Hij zag kans zijn fuga in te bouwen in de passacaglia die overigens wel iets aan de lange kant was. Hij hield zijn klankidioom tot het eind toe vol.

Nadat zijn voorgangers al zo veel verschillende uitdrukkingsmiddelen hadden gebruikt was het vanzelfsprekend voor Arie Keijzer moeilijk nog weer eens met iets nieuws te komen. Hij slaagde daarin vrij goed en zijn finale met het motief van de Perzische Joden had ook inderdaad iets exotisch. Zijn klankidioom verschilde aanmerkelijk van dat van zijn beide voorgangers in wier spel het mystieke van de Rooms-Katholieke liturgie zich duidelijk manifesteerde. Bij het improviseren van zijn fuga slaagde Keijzer er niet in zijn eenmaal aangenomen klankidioom vol te houden zodat de fuga enigszins conventioneel uitviel.


Bron: Leeuwarder Courant 18-05-1970

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.

Kees van Eersel | Antwoord 16.06.2015 13.55

Nooit eerder gelezen dit, leuk na 46 jaar. maar de jury had gelijk, 't was pet, zelden zo slecht geïmproviseerd.

Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

05.09 | 20:54

Mooie en informatieve tekst

...
03.01 | 14:15

Mooi om (toevallig eigenlijk) hier te komen 20 jaar na het overlijden van Cor Kee.

...
18.02 | 14:09

Zet deze video erbij:
https://www.youtube.com/watch?v=oTsDgY6CqEM.
Kee's muziek klinkt aanzienlijk beter op een fraaie Witte
dan op een electronicum.

...
22.01 | 00:56

Wat een tijd. de vijftige jaren. Wat heeft mijn Opa daar vaak over vertelt, dat hij naar de samenkomsten ging van Hermann Zeiss. Wat een beleving.......

...
Je vindt deze pagina leuk