1940: Mijn generatie zit in traditie vast

Willem Pijper (1894-1947)

ZAANDAM - In het nijvere Zaandam, waar de oude Zaanse houten huizen nog in de rook en smook van de moderne industriële bedrijvigheid staan, woont de organist Cor Kee.

Hij is er geboren op 24 november 1900 en hij is z'n geboortestad trouw gebleven, misschien wel omdat de merkwaardige combinatie van vooruitstrevendheid en eerbied voor traditie, die men in Zaandam overal kan opmerken, ook in het karakter van dezen kerkmusicus terug te vinden is. Nog met de zoete geur van biscuits en vruchtenessences in de neus (gevolg van de welriekende ontvangst die Zaandam elke bezoeker die per trein arriveert bereidt) hebben we dezer dagen enkele ogenblikken met Cor Kee gepraat, omdat het op 1 maart 25 jaar geleden is dat hij organist bij de Evangelisch Lutherse Gemeente te Amsterdam werd. Een feit dat Zondag a.s. in den ochtenddienst in de Kerk aan het Spui herdacht zal worden, en dat ook zeker wel een herdenking waard is, maar waar Cor Kee toch zelfniet zoveel waarde aan hecht.

Belangrijker voor hem zelf is, dat hij in deze periode de evolutie van de kerkmuziek zo van nabij heeft meegemaakt, en dat hij deze evolutie eigenlijk intuïtief aanvoelde en in zijn spel en zijn composities steeds naar een vormgeving gezocht heeft. Leerling o.a. van Jan Zwart, heeft bij zich langzamerhand van de "romantlsche" richting in het kerkelijk orgelspel weten los te maken. In het besef, dat de dienende functie van het orgelspel in de eredienst langs andere wegen bereikt moest worden. Wie zijn bundels "Onze psalmen en gezangen" vergelijkt met de latere "Psalmen voor orgel" merkt de geweldige ommekeer die de bezinning op de tradities van de oude orgelmeesters ook bij Kee teweeggebracht heeft. Het is een symptoom van de verandering die zich in de kerkmuziek bezig is zich te voltrekken.

Men kan daar met Cor Kee urenlang over praten, en ervaart dan de ernst waarmee hij dit probleem heeft overdacht, en men begrijpt de waardering, die zijn praktisch aandeel in de kerkmuzikale vernieuwing vindt. In het buitenland trekken zijn orgelcomposities de aandacht en de Nederlandse collega's raden hun leerlingen aan naar zijn orgelbespelingen te luisteren. ,,De generatie waartoe ik behoor, zit eigenlijk nog te veel in de traditie vast.'' zegt Kee, ,,Wij voelen, dat er een algehele vernieuwing nodig is en wij willen daar zelf volledig aan meedoen, maar wij kunnen ons niet meer geheel vrij maken.

Het zal de taak van de jongere generatie zijn, om een geheel eigen stijl te ontwikkelen, een stijl, die de vernieuwing, welke de muziek heeft doorgemaakt, in zich opneemt." Wij komen dan te spreken over de orgelbouw waarin volgens Cor Kee ook een kentering te bemerken is, in dien zin, dat jonge orgelbouwers zelf de nieuwe orgelliteratuur bestuderen en niet de organisten en componisten van orgelmuziek overleggen op welke ze zij bij de bouw van hun instrumenten de nieuwe eisen kunnen helpen verwezenlijken.

Veelzijdige interesse
Als men daarover spreekt wordt Cor Kee enthousiast, zoals hij ook enthousiast wordt als de muziek van Willem Pijper aan de orde komt. Het tekent de veelzijdige interesse van deze organist, dat hij een zo grote bewondering heeft voor een componist, die nooit een noot orgelmuziek schreef. Een ander facet van zijn ruime belangstelling is de liefde voor het oude klavechord (het instrument der stilte, zoals hij het zelf noemt) waarvan een fraai exemplaar de beperkte ruimte van de werkkamer moet delen met een vleugel, een studieorgel en stapels boeken. En muziek. Van de 25 jaar, die Cor Kee de Lutherse Gemeente dient, heeft hij elf jaar het orgel in de Ronde Kerk bespeeld en toen deze niet meer gebruikt kon worden, verhuisde hij mee naar de Spuikerk.

Zijn hart gaat echter nog steeds uit naar de Ronde Kerk, waarin hij na de restauratie weer hoopt te kunnen spelen, ook om de prachtig akoestiek en ondanks de enigszins pijnlijke ervaring, die hij daar eens ten gevolge van het eigenaardige systeem der windvoorziening opdeed. De balgenkamer is n.l. op grote afstand van de speeltafel gelegen, en toen tijdens een dienst de dominee een extra lied deed zingen, waarvan de orgeltrappers niet tijdig op de hoogte gesteld konden worden, ging het orgelspel na enkele maten van het voorspel als een nachtkaars uit wegens gebrek aan "adem".
Maar dat zijn zo van die belevenissen, die elke organist heeft, en waarvan Kee er nog wel enkele tientallen zou kunnen opvissen. Want 25 jaar is een lange tijd. Het is Cor Kee gegeven zich in deze tijd te ontwikkelen tot een van onze knapste en meest vooruitstrevende kerkorganisten, van wie nog veel belangrijk werk in dienst van de kerkmuziek te verwachten is, te meer daar de zuivere verhouding tussen liturgie en hem zo zeer ter harte gaat.

(Bron: Zaanse krant 1940)

 

Leerlingen van Cor Kee gaven een concert

Feestgebouw Thalia aan de Prins Hendrikkade te Zaandam

Mei 1941 - Drukbezochte avond in feestgebouw „Thalia”

Het behoort tot de gewoonten van muziekleraren jaarlijks een avond te organiseren waar leerlingen hun kunnen en hun vorderingen tonen, zodat ook naar buiten blijkt dat de leraar niet stilzit en de jeugdige Zaankanters de nodige vorderingen maken op muziekgebied. Zaterdagavond gaf de heer Cor Kee een dergelijke avond in feestgebouw „Thalla" aan de Prins Hendrikkade, een avond, waarvoor buitengewoon veel belangstelling bestond.

Men was nauwelijks in staat alle bezoekers te bergen. En dat de heer Kee niet over gebrek aan leerlingen hoeft te klagen bleek uit het programma, dat niet minder dan veertig nummers bevatte en waaraan zowel jongens als meisjes meewerkten, die nauwelijks boven de piano uitkwamen, als wel de jeugd, die de lagere schoolbanken enige jaren achter de rug heeft.
Voor de pauze werden 32 nummers gespeeld meest eenvoudige stukjes, die vlot werden afgewerkt en met wel eens wat al teveel routine naar voren werden gebracht.
De jeugdige executanten brachten het er goed af, slechts een enkele maal bleek het stukje er minder goed in te zitten en eenmaal kwam het voor, dat een meisje het deed voorkomen alsof zij het nummer voor het eerst onder de ogen kreeg. Zij aarzelde evenwel niet, doch zette, ondanks de talrijke foute aanslagen, moedig door. Er ging een zucht door de zaal en ook de executante zelf zal een zucht van verlichting hebben geslaakt, toen de laatste noot weerklonk.

Het programma
In volgorde van optreden kregen de aanwezigen voor de pauze het volgende menu voorgezet.
Stukje van J.W.C. Ruygrok op piano gespeeld door Ankie Kamphuis; Karakterstukje en Volksliedje van S. Karg-Elert, het eerste op orgel gespeeld en het tweede op orgel met begeleiding van den heer Cor Kee door Jan Willem Mettau;
Etude van F. Duvernoy op piano gespeeld door Jaap Jansen;
,,lm Frühling" van J. Löw, op op piano gespeeld door Griet Kee;
Dansje van C. Reading, op piano gespeeld door Jeanne Kramer, Andante, van F. Golsmark op orgel gespeeld met piano begeleiding van Cor Kee door Annie van Belsen;
Ländler van J. Gurlitt, pianosolo van Ans Doornbos;
Solfeggio van L. Ph.E Bach pianosolo van Teun Kee;
Etude Van F. Loeschorn, pianosolo van Dirk Schilp;

Scherzo van A. Diabelli, pianosolo van Miep Eijdenberg;
Morgenwandeling van J. Schipperus, op orgel gespeeld door Karel Stal;
een proeve van samenspel, namelijk enige kinderliedjes, gezongen door een zestal meisjes, begeleid door Gerda Tanger op de piano. Hoewel hier te merken is dat de heer Kee geen zangleraar is, werden de lenteliedjes en het bekende ,,Er schommelt een Wiegje’’ aardig naar voren gebracht en de begeleiding was goed.

Guda Tanger pianosolo Etude van S. Helder Leid und Freud van T. Petre;
Pianosolo van Ina Veen, Solveig’s wiegenlied van E. Grieg;
Orgelsolo van Koosje Hendriks, Alla polca van G. Krentzlin;
Pianosolo van Marie Kramer, Abendstille van H. Wenckebach;
Orgelsolo van Hilda Verdam, Kinderstück van F. Mendelssohn;
Pianosolo van Gerda Schilp, Volkslied;
Pianosolo van Lien Melk, Wals van J. Strauss, vierhandig gespeeld door Lien Melk en Annie Poen;
Aquarel, pianosolo van N.W. Gade gespeeld door Annie Poen;
Wiegenlied van B. Godard;
Pianosolo van Fie Hoogendijk, Fughette van G.F. Händel
Lied ohne Worte van F. Mendelsohn op piano gespeeld door
Betty Giskes:
Etude van S. Heller, gespeeld door Evert de Jager;
Siciliana van G.B. Pergolesi, pianosolo van Ali Kakes;
Frühlungsbotschaft van O. Frölich, op piano gespeeld door Ina Tanger;
Albumblatt van Edward Grieg, pianosolo van Tini Kakes;

Een Wals van C. Clementi, op piano gespeeld door Jan Krijt;
Twee volksliedjes, op piano gespeeld door Herman Landsdaal;
Twee Mazurka’s van F. Chopin, op piano gespeeld door Cor Vaderius van Veen.


Cembalo-spel
Een bijzonderheid van deze leerlingenavond was het spel op de cembalo. Piet Kee speelde tot slot van het programma voor de pauze een Sonate in Bes, eerste deel van Mozart op piano en vervolgens  Italiniesches Konzert, eerste deel, van Bach op de cembalo.

Namens de gezamenlijke leerlingen werden hierna aan mevrouw Kee bloemen aangeboden en Jan Vriend bood met enige welgekozen woorden aan den leraar een koffer grammofoonplaten aan. Deze de leerlingen voor de attentie.

Het eerste nummer na de pauze verdiende  wel in het bijzonder de aandacht, temeer waar het iets meer bracht dan leerlingenmuziek. Het was een suite voor strijkers, fluit en cembalo, gecomponeerd door een der oudere theorieleerlingen van den heer Kee, Marius Ruysink. De suite, die uit een drietal dansen bestond, werd uitgevoerd door viool en altviool, cello, fluit en cembalo. Het was een eenvoudig stukje, dat goed in elkaar zat en vrij goed werd vertolkt. De componist speelde zelf de fluitpartij.

Een proeve van samenspel was eveneens het Andante van J. Chr. Bach. Gespeeld door Marius Ruysink, fluit, en Piet Kee, cembalo,verder werden nog gespeeld:

Poolse dans van X. Scharwenka door Gre Eijdenberg,
Bolero en Menuet van A. Casella door Mieke van Wielink,
Sonate in G. eerste deel, van Ludwig van Beethoven door Dea Engel,
Andante van W. A. Mozart door Alie Krijt,

gedeelten uit „Waldscenen"van R.Schumann op piano door Gré Pos,
Fuga van J.S. Bach, gespeeld op cembalo eveneens door Gré Pos.

Tot slot speelde Jan de Vriend het laatste deel van het Klavierconcert in D. van Joseph Haydn.

Het was voor leraar en leerlingen een geslaagde avond. Gespeeld werd op een concertvleugel, een orgel en een cembalo, afkomstig uit de magazijnen van de firma Goldschmeding te Amsterdam.

Bron: Het Volk Zaans Volksblad 19 mei 1941

De „Drie Iconen"

De „Drie Iconen", van Cor Kee, geschreven naar aanleiding van de iconen-tentoonstelling in „Amstelkring" en opgedragen aan de concertgever van deze middag, tonen een charmante en smaakvolle muziek van licht-illustrerend karakter en knappe klankeffecten. De twee composities van Leerink zelf, een Rondo in de volkstoon en een Praeludium, variaties en epiloog, verraden eveneens de voortreffelijke kenner van het instrument en zijn eigenschappen van klank en coloriet. Muzikaal lijkt Leerinks Rondo intussen wel belangwekkender dan de virtuoos-briljante Praeludium, variaties en epiloog.

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

05.09 | 20:54

Mooie en informatieve tekst

...
03.01 | 14:15

Mooi om (toevallig eigenlijk) hier te komen 20 jaar na het overlijden van Cor Kee.

...
18.02 | 14:09

Zet deze video erbij:
https://www.youtube.com/watch?v=oTsDgY6CqEM.
Kee's muziek klinkt aanzienlijk beter op een fraaie Witte
dan op een electronicum.

...
22.01 | 00:56

Wat een tijd. de vijftige jaren. Wat heeft mijn Opa daar vaak over vertelt, dat hij naar de samenkomsten ging van Hermann Zeiss. Wat een beleving.......

...
Je vindt deze pagina leuk