1985: Interview met Jan Raas

Het achterste is soms klaar voordat je aan het voorste begint

Twee muzikale gebeurtenissen liggen Cor Kee nog vers in het geheugen als ik hem opzoek voor een gesprek ter gelegenheid van zijn vijfentachtigste verjaardag. Als eerste het concert dat Piet Kee op 15 oktober in de Haarlemse Bavo gaf en dat gewijd was aan zijn orgelcomposities. Als tweede het improvisatieconcert van 22 juni in de Amsterdamse Nieuwe Kerk waar Cor Kee, na een stilzwijgen van vele jaren, samen met Jan Jongepier en Jan Raas weer als improvisator te horen was.

,,Ik ga daar zó heen, helemaal los van alles. Op één voorwaarde: dat ik geen thema krijg, want dat heb ik al zoveel keer gedaan. Tegen de registranten heb ik gezegd: jullie mogen doen wat je wilt, dan zal ik daar verder op reageren.'' McCay
Het is wonderlijk om te ervaren hoe Cor Kee zich daar in alle vrijheid heeft geuit, terwijl hij nu, na bijna anderhalf jaar, nog exact weet te vertellen wat er tijdens die improvisatie muzikaal allemaal is voorgevallen. Een schoolvoorbeeld van wat hij zijn leerlingen altijd heeft voorgehouden: ,,je moet bij het improviseren goed je kersepit gebruiken, maar wel zorgen dat je kersepit het niet wint.''

De twee gebeurtenissen die Cor Kee aan de vooravond van zijn vijfentachtigste verjaardag nog zo helder voor de geest staan, vertegenwoordigen de meest in het oog lopende aspecten van zijn muzikale persoonlijkheid: het componeren en het improviseren. Hij weet wel waar het vandaan gekomen is: de constructieve instelling die het componeren vraagt dankt hij aan zijn moeder, telg uit het bouwersen architectengeslacht van de Husslages, Hauslagers, huisleggers met als laatste bouwer grootvader, architect van Zaanse molens. Het avontuurlijke van het improviseren brengt hij in verband met het zwerversbloed van de Kelten -Kee, McCay- dat hem door de aderen stroomt. Een volk dat nooit een koninkrijk heeft gesticht, nooit vaste vorm heeft aangenomen.

Het is allemaal al vroeg begonnen. Het improviseren op het harmonium thuis, het spelen op het orgel van de naburige katholieke kerk, het kijken en luisteren naar zijn vader die 'aardig orgel speelde en een dienst kon doen'. De pianolessen bij Jan Willem Kersbergen en het componeren tussen de bedrijven door bij het helpen in vaders goedlopende kapperszaak en daarna op twaalfjarige leeftijd de overstap naar Jan Zwart en daarmee uitdrukkelijk naar het orgel.

,,Van m'n achtste tot m'n twaalfde heb ik ontzettend goed les gehad van Kersbergen, veel beter dan van Jan Zwart. Kersbergen had een pedaal aan zijn piano en elke ochtend van acht tot half negen mocht ik daar op studeren en dan ging ik naar school toe. Met zo'n dertien, veertien jaar was ik al druk aan het componeren. Ik deed dat ook in de winkel, en dan zei zo'n klant: ,,zeg jong, ik heb ook nog een andere wang om in te zepen!''

Improviseren? Er is geen mens die me daarbij geholpen heeft. Jan Zwart deed zo het een en ander en dat vond ik niet zo aardig. Ik heb het mezelf aangeleerd. Een preludium wil ik wel eens doen, een fuga wil ik wel eens doen. En dan deed ik dat, en zo is dat allemaal gegroeid. En dan wilde ik het steeds anders, en ik heb het ook steeds anders gedaan.''

Ik wou niet doen wat Zwart deed
,,Jan Zwart was hier toen een begrip en was toen heel wat netter dan later. Toen ik kwam vroeg hij: ,,waar heb je dat allemaal geleerd? Uiteindelijk wilde ik van iemand anders les, ik wou helemaal niet doen wat hij deed.'' Altijd maar bezig met muziek had de jonge Cor niet zoveel met de Mulo op. Hij is zijn vader nog altijd dankbaar dat die, tegen alle goedbedoelde raad van omstanders in, zijn wens inwilligde om met school te stoppen. Na een jaar Mulo volgde het conservatorium, in Amsterdam werd de grote Jean Baptiste Charles de Pauw zijn orgelleraar.

,,Op het conservatorium ben ik één jaar geweest. De Pauw wilde dat je alle stemmetjes bij Bach's muziek, uitkomend speelde en dat je soms akkoorden verdubbelde. Hij schreef de noten er zelf bij. Nou, zei ik, dat doe ik niet, zo moet je Bach niet spelen. Maar hij zei: je moet doen wat ik zeg, anders geef ik je geen les.''

Ook na zijn vertrek van het conservatorium bleef Cor Kee les krijgen van theorieleraar Sem Dresden. Harmonie, contrapunt en compositie tot beider tevredenheid.

Al even onconventioneel als zijn opleiding was Cor Kee's optreden als improvisatiepedagoog. In zijn grote lespraktijk voor orgel, piano en theorie speelde improvisatie steeds een grote rol. Na opvallende prestaties van zijn leerlingen waaronder, zoals bekend, drievoudig Haarlem-winnaar zoon Piet werd Kee de opvolger van Anton Heiller als improvisatiedocent aan de Internationale Zomeracademie. Behalve door middel van een zelfgefabriceerde mixtuur van Nederlands, Frans, Duits en Engels ook met behulp van onorthodoxe didactische hulpmiddelen.

Ansichtkaarten met Zaanse molens
Nadat hij bij de eerste les eigenhandig de papieren en potloden van de ijverige cursisten had teruggestopt in hun tassen en binnenzakken, haalde hij twee ansichtkaarten met Zaanse molens er op tevoorschijn, legde die op het klavier, met ongeveer anderhalf octaaf tussenruimte. ,,Ga maar zitten en speel maar wat éénstemmig, tussen die kaarten. Nou moet je het nog eens doen. Ja, daar gaat het nou juist om, dat je goed erg hebt. Maar je moet ook wel eens ademhalen hoor, anders stik je. Dan haalde ik de kaarten weg en dan zei ik: nu speel je datzelfde met een tweede stem erbij, die mag je nemen zoals je wilt, maar ik moet het straks wel weer net zo terughoren. Nou hebben we een aatje, nu nog een beetje, en dan komt dat aatje weer terug. En zo is dat altijd aardig gegaan.''

Cor Kee's verhaal over een vrij onbekend organist die hij een pedaalsolo leerde improviseren illustreert niet alleen zijn rechtstreekse benadering, maar ook zijn aandacht voor de retorische aspecten van het improviseren...

,,En hij was klaar, en toen keek hij me zo aan. Tja, zeg ik, je wilt wel weten hoe ik het vind hè? Nou, zeg ik, het klinkt erg lelijk hoor! En we zijn hier in Amsterdam, en daar mag je allerlei taal gebruiken, het klinkt lullig. Je hebt gewoon achter elkaar iets gedaan, dan zat je weer beneden, dan weer boven en dit en dat, wil je niet iets vertellen? Je moet 's een keer zeggen wat je nu eigenlijk wilt! Begin nog maar eens onderaan en dan niet zo bliksemvlug naar boven, dan ben je alles al kwijt. Dan ga je naar boven, dan weer eens terug en dan nog weer eens een keer naar boven toe tot je in de hoogte bent. Dan heb je je hoogspanning. Je hebt verteld dat opoe komt hè? Nou en laat opoe dan maar naar beneden gaan. Maar ze moet wel voorzichtig de trap af gaan.''

Clowneske Capriolen
Steeds weer blijkt zijn zorg om niet te verstarren en zijn afkeer van gebaande wegen: ,,Je kunt het natuurlijk ook anders doen. Je kunt een fuga éénstemmig doen of zulk soort dingen.'' Wat hij ook anders wilde, waren de doorgaans plechtstatige afscheidsdiners van de Haarlemse Zomeracademie. Foto's getuigen nog hoe Cor Kee het klaarspeelde om de docenten met gekke hoedjes op het beroemde hoofd én, roker of niet-roker, sigaren in de mond een act als orgeldraaier te laten opvoeren. Had hij niet vroeger in de kapperszaak van zijn vader altijd de aanplakbiljetten opgehangen voor het circus? In elk geval heeft bij ook nu nog een bijzondere voorliefde voor de clownsfiguur met zijn humor en tragiek. Een fraai clownsportret siert zijn kamer, en op tafel ligt een stuk voor harmonieorkest waar hij aan werkt: 'Clowneske Capriolen'.

Kee laat een bundeltje zien dat in de Sovjet-Unie uitgegeven orgelmuziek bij hem strijden de gepaste trots, zijn Reeksveranderingen er in aan te treffen temidden van werken van Langlais en Messiaen, met de al evenzeer gepaste verbazing dat dit zonder zijn medeweten is gebeurd. Maar ook de officiële uitgaven doen het goed, en wat betreft het componeren is Cor Kee niet eenkennig. "Het kan zo, maar het kan ook anders."

Typerend is de titel van zijn zojuist voltooide orgeleyclus: 'Eenentwintig bagatellen in diverse stijlen' maar al even kenmerkend is het voorwoord bij zijn 'Merck toch hoe sterck con variazioni': ,,Hoewel mijn klankidioom volkomen veranderd is men, zie mijn 'Psalmen voor Orgel' heb ik op aandringen van vele liefhebbers toch besloten dit 'jeugdwerk' uit te geven." Bij alle verandering in stijl de afstand tussen het oeuvre van Orgelius en het werk van Cor Kee is hemelsbreed heeft hij nooit gewerkt vanuit een systeem; er zijn geen toonstelsels, modi, toonklokken aan zijn werk te pas gekomen. Er is in de muziekgeschiedenis wel ingewikkelder theorievorming gepleegd dan bij Cor Kee het geval is: ,,Meestal gaat dat bij mij met briefjes, dat je denkt: hé, ja, dat zou je zo kunnen gebruiken.

Het achterste is soms klaar voordat je aan het voorste begint
Waar komt die drang tot vernieuwen vandaan? Vanwaar die intense belangstelling voor nieuwe ontwikkelingen? Ongetwijfeld mede van de vele bezoeken die Cor Kee in zijn jeugdjaren aan het Amsterdamse Concertgebouw kon brengen. Dankzij het abonnement van een oom die nogal eens verhinderd was, waren de jonge Cor en zijn vader regelmatig bij Mengelberg en Monteux te vinden en maakten zo op het hoogste niveau kennis met Mahler, Schönberg, Debussy, Ravel, Strawinsky. "Ik heb alles beluisterd. En toen dat twaalftoonstelsel kwam, dat vond ik ook prachtig. Maar ik dacht: dat kun je natuurlijk ook anders doen.'' Maar ook andere ontwikkelingen prikkelen de geest: ,,Ik zou wel eens willen wat in de popmuziek gebeurt. Heb je dat wel eens gehoord? Dat een bepaalde bas lang blijft, soms wel dertig keer. Ik vind dat verschrikkelijk aardig. Zo vind ik overal wat in zitten.''

Fris van geest en steeds bereid het nieuwe te onderzoeken, volgt Cor Kee de gebeurtenissen in orgelland op de voet. Niet onverdeeld enthousiast overigens. Vind 'Het Orgel' op dit moment maar saai: ,,Al die artikelen over orgelbouw! Dat met die getallen fleurt de zaak gelukkig weer eens op, ook al heeft het niet zoveel met de speelkunst te maken.'' Over de huidige stand van het orgelspel: ,,Ik moet wel lachen, want er zijn erge wippers bij. Je mag geen legato meer spelen, maar het nonlegato kennen ze niet omdat ze geen piano spelen. Ik heb vroeger een clavichord gehad, járen, en dan zie je hoe belangrijk dat is. Je kunt op een orgel ook zo spelen dat je zegt: dat orgel dat zingt en dat deint. En omdat ze tegenwoordig alleen Klavecimbel gehad hebben krijg je dat pikkerige spel. Ik vind er een heleboel niet mooi spelen, het spijt me dat ik het zeggen moet.''

Relativerend over de orgelbouwsituatie: ,,Als je van Jan Jongepier leest over de orgelbouw, mensen als Ypma en zo, waar je vroeger je neus voor ophaalde. Er was toen een nieuwe tijd gekomen, toen was het alleen maar Marcussen, en toen was het alleen maar dit en toen weer alleen maar dat..."

NSB-burgemeester
Een wonderlijk leven, dat van Cor Kee. Zelf zonder enig diploma helpt hij een musicologe in de Verenigde Staten aan een doctorsbul door als promotie-onderwerp te fungeren. Onverschrokken heft hij in de oorlogsjaren het Wilhelmus aan, wetend dat zich de NSB-burgemeester onder het publiek bevindt. Omzeilt listig de Kultuurkamer door tijdens de bezetting, samen met Anthon van der Horst, George Stam en Jacob Bijster drukbezochte kerkconcerten te geven en daarbij te improviseren op liederen zoals 'wij willen Holland houden.' Improviseert in de eerste dagen van de omroep op het pneumatisch orgel van de toenmalige NCRV-villa in Hilversum en brengt zo het orgel in de ether. Gaat rigoreus de bijbel lezen als hij bij zijn kerkorganistschap merkt dat het hem aan bijbelse kennis schort, ervaart godswonderen en schrijft een boekje.

De NOV eert Cor Kee als 'lid van verdienste'. In gesprek met hem blijkt wat die verdienste voor de NOV zou kunnen zijn: zijn open blik voor alles wat nieuw is, zijn ondogmatische opstelling in muzikaal, religieus en pedagogisch opzicht, overtuigd maar tegelijkertijd relativerend.

Tentbewoner, architect, clown en bijbellezer. Zijn verdienste zeker ook, ons de vreugde van het muziekmaken mee te delen. Zoals hij vertelt over dat laatste improvisatieconcert in de Amsterdamse Nieuwe kerk: ,,Ik kan je niet zeggen hoe heerlijk ik het vond toen ik dacht: hoe zal ik nu beginnen. Ik zal proberen te gebruiken wat op dit orgel niet kan en toch mooi klinkt. Ik vond het toch zo heerlijk om te spelen en verrukkelijk toen ik klaar was."

Cor Kee, gefeliciteerd met zo'n verjaardag! Gefeliciteerd, NOV, met zo'n organist!

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

05.09 | 20:54

Mooie en informatieve tekst

...
03.01 | 14:15

Mooi om (toevallig eigenlijk) hier te komen 20 jaar na het overlijden van Cor Kee.

...
18.02 | 14:09

Zet deze video erbij:
https://www.youtube.com/watch?v=oTsDgY6CqEM.
Kee's muziek klinkt aanzienlijk beter op een fraaie Witte
dan op een electronicum.

...
22.01 | 00:56

Wat een tijd. de vijftige jaren. Wat heeft mijn Opa daar vaak over vertelt, dat hij naar de samenkomsten ging van Hermann Zeiss. Wat een beleving.......

...
Je vindt deze pagina leuk